Doen en reflecteren

De balans tussen doen en reflecteren
Cliënten zijn in hun dagelijkse leven voor een groot deel aangewezen op de ondersteuning door begeleiders. Cliënten moeten ervan op aan kunnen dat zij dagelijks de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Begeleiders moeten dan ook mensen zijn die bereid zijn om hard te werken en de dagelijkse ondersteuning steeds opnieuw te geven (kwaliteit).

De valkuil van deze aanpakkers is dat zij in het doen schieten en niet meer stilstaan bij de cliënt of nadenken over wat zij aan het doen zijn. Maar een cliënt wordt ouder, zijn leven verandert, de situatie waarin hij woont verandert. Soms wil een cliënt na verloop van tijd dingen op een andere manier gaan doen of nieuwe dingen uitproberen.

Het is de uitdaging voor begeleiders om het geduld op te brengen niet meteen tot geroutineerd handelen over te gaan, maar met een open houding in dialoog met anderen de vraag te stellen waar de cliënt nou echt gebaat bij is. Ook al lijkt het soms of je dan alleen maar zit te filosoferen en te theoretiseren (allergie).
[Uit: Handicap Experience. Eindrapport Fase 1. Deel 1. Het project en de balansen.]

Het algemene verloop van de workshop
Stap 1: Introductie balans
Stap 2: Verkennen van de beide kwaliteiten
Stap 3: Verkennen van de beide vervormingen
Stap 4: Vinden van de integratie: zowel de ene kwaliteit als de andere
Stap 5: Zicht op balans in de eigen huidige praktijk
Stap 6: Eigen doelen en teamdoelen opstellen

Overzicht werkvormen
1. Trainersinstructie: Introductie in Doen en Reflecteren (stap 1)
1a. Filmpje: The Monkey Business Illusion
2. Trainersinstructie: Wat past hier? (stap 2)
2a. Hand-out: Wat past hier?
3. Trainersinstructie: Vervorming van Reflecteren (stap 3)
3a. Hand-out: IJsbergmodel van de communicatie
4. Trainersinstructie: Vervorming van Doen (stap 3)
5. Trainersinstructie: Ruimte voor reflectie (stap 4)
6. Trainersinstructie: Cliëntbeschrijving (stap 4)
7. Trainersinstructie: Rollen in de zorg (stap 5)
7a. Hand-out: Rollen in de zorg
8. Trainersinstructie: Tijdvreters (stap 5 en 6)
9. Trainersinstructie: Toepassen in de praktijk (stap 6)

De vijf organisaties