Nabijheid en distantie

De balans tussen nabijheid en distantie
Cliënten zijn in hun dagelijks leven voor een groot deel afhankelijk van begeleiders. Sommigen zijn heel nabij, begrijpen hen goed en benaderen hen als een gelijke. Anderen maken weinig contact en houden altijd een zekere afstand. Nabijheid is een voorwaarde voor goede zorg. In staat én bereid zijn een duurzame verbinding aan te gaan met de cliënt, waarbij betrouwbaarheid en onvoorwaardelijke steun essentieel is, behoort tot een van de belangrijke kwaliteiten van zorgverleners. Vaak zie je echter dat begeleiders in moeilijke omstandigheden afstand nemen van (het lijden van) een cliënt (en daarmee eigenlijk toegeven aan hun allergie). Cliënten ervaren dan juist op de momenten dat het moeilijk wordt en zij het zo hard nodig hebben, niet de steun van de begeleiders. Meehuilen werkt ook niet. Het is de uitdaging om de cliënt als gelijke te blijven zien met dezelfde behoeften als de begeleider.
[Uit: Handicap Experience. Eindrapport Fase 1. Deel 1. Het project en de balansen.]

Het algemene verloop van de workshop
Stap 1: Introductie balans
Stap 2: Verkennen van de beide kwaliteiten
Stap 3: Verkennen van de beide vervormingen
Stap 4: Vinden van de integratie: zowel de ene kwaliteit als de andere
Stap 5: Zicht op balans in de eigen huidige praktijk
Stap 6: Eigen doelen en teamdoelen opstellen

Overzicht werkvormen
1. Trainersinstructie: Introductie in Nabijheid en Distantie (stap 1)
1a. Hand-out: Cases Nabijheid en Distantie
1b. Filmpje: #FightUnfair UNICEF social experiment
1c. Filmpje: Gentle teaching_ Minder weerstand (Zideris)
1d. Filmpje: Still Face Experiment
2. Trainersinstructie: Van distantie tot nabijheid (stap 2)
3. Trainersinstructie: Zicht op de interactie (stap 2 en 3)
3a. Hand-out: Zicht op de interactie
4. Trainersinstructie: Contact maken (stap 3 en 4)
5. Trainersinstructie: Leiden vanuit volgen (stap 4)
6. Trainersinstructie: Professionele houding (stap 4 en 5)
6a. Hand – out: Professionele houding
7. Trainersinstructie: De crisis als kans (stap 4 en 5)
8. Trainersinstructie: Toepassen in de praktijk (stap 6)

De vijf organisaties